Nieuws

Nieuwe energieregels op komst: wat verandert er voor vastgoed?

In 2024 zorgde Europa voor een resem belangrijke bijsturingen binnen het energiebeleid. De Vlaamse regering heeft net voor de zomer principieel een voorontwerp van decreet goedgekeurd waarmee Vlaanderen een deel van de gewijzigde Europese EPBD-richtlijn omzet. Dat brengt belangrijke wijzigingen mee in het Energiedecreet, met een impact op onder meer het EPC en vastgoedadvertenties. Hoewel veel zaken nog verder uitgewerkt moeten worden, krijgen we hiermee alvast een eerste zicht op wat er zal veranderen.

Emissievrij wordt het nieuwe einddoel
Kernpunt van deze herziene EPBD-richtlijn (Energy Performance of Buildings Directive) is de klemtoonverschuiving van energiezuinige (reductie van verbruik) naar emissievrije gebouwen (uitfaseren van fossiele brandstoffen). De bijna-energieneutrale BEN-standaard ruimt daarmee geleidelijk plaats voor ZEB, zero-emission building, een gebouw dat geen enkele fossiele brandstof verbruikt voor haar energievoorziening.

Net omdat warmtepompen daarvoor cruciaal zijn en die enkel realistisch zijn bij een laag energieverbruik, blijven de energieprestaties tegelijk belangrijk. Emissievrije gebouwen moeten volgens de richtlijn voldoen aan een maximale energieprestatie, die tenminste 10% strenger is dan het bijna-energieneutrale niveau op 28 mei 2024.

Het voorontwerp van decreet voegt een definitie toe van ‘emissievrij gebouw’ in het Energiedecreet: ‘een gebouw met een zeer hoge energieprestatie dat minstens het kostenoptimale niveau voor 2023 behaalt, dat geen of zeer weinig energie nodig heeft en dat ter plaatse geen koolstofemissies uit fossiele brandstoffen en geen of zeer weinig operationele broeikasgasemissies genereert’.

Deze ZEB-standaard is vooral belangrijk voor nieuwbouw. Vanaf 2030 moeten alle nieuwe gebouwen aan die doelstelling voldoen.

De Vlaamse regering verankert dat niet rechtstreeks via de EPB-eisen, maar via een afzonderlijk verbod op technische bouwsystemen die fossiele uitstoot veroorzaken in nieuwe gebouwen vanaf 2030. Dit naar analogie met het bestaande plaatsingsverbod voor stookolieketels in nieuwbouw en het verbod op nieuwe aardgasaansluitingen in verkavelingen. De bestaande EPB-eisen blijven daarnaast gelden. De handhaving zou via een boetesysteem gebeuren.

EPC-labels worden herschaald
Het EPC is een centraal instrument binnen zowel het Europese als het Vlaamse energiebeleid. Bij elke wijziging van de EPBD-richtlijn wordt er dan ook wel ergens aan gesleuteld. Het voorontwerp van decreet vertaalt dit naar de Vlaamse EPC-verplichtingen. Zo wordt het EPC uitgebreid met een toelichting bij de vereisten waar BEN- en ZEB-gebouwen aan moeten voldoen tegen 2050.

Bij de geplande herschaling van de labels vanaf 2030 zal alleen een emissievrije woning (een ZEB-woning) nog een A- of A+-label kunnen behalen. Een kengetal onder 100 kWh/m²/jaar zal daarvoor op zich niet meer voldoende zijn. Een woning die nog met fossiele brandstoffen wordt verwarmd, zal maximaal een B-label kunnen behalen. 

Label én energiescore in vastgoedadvertenties
Voor vastgoedkantoren is vooral de verscherping van de bekendmakingsverplichtingen belangrijk. Het voorontwerp voorziet dat vastgoedadvertenties in de toekomst zowel het EPC-label als de energiescore moeten vermelden.

Ook voor niet-residentiële gebouwen wordt de afficheringsplicht van het EPC uitgebreid. Vandaag geldt die slechts voor gebouwen van meer dan 500 m² die vaak door het publiek worden bezocht. In de toekomst zouden onder meer ook kantoorgebouwen eronder vallen. Industrie en landbouw blijven vrijgesteld. 

Ook het gebouwlabel voor appartementsgebouwen zal onder deze verplichting vallen. In een advertentie voor de verkoop of verhuur van een appartement zal naast de informatie over het individuele appartement ook het label van het gebouw vermeld moeten worden. 

Gebouwlabel 
De Vlaamse regering wil dit label invoeren op 1 juli 2027. Het zal gebaseerd zijn op het EPC van de gemeenschappelijke delen en werken met een schaal van A tot F. Daarbij wordt gekeken naar zowel de gebouwschil als de collectieve installaties. De aanwezigheid van PV-panelen of een zonneboiler op het dak zal een invloed hebben op het uiteindelijke label. Een A-label zal enkel worden toegekend als het gebouw volledig fossielvrij is, zowel wat betreft individuele als collectieve installaties.

Vanaf 2030 start een labelpad met een minimaal vereist label E, dat om de vijf jaar wordt aangescherpt om tegen 2050 bij label A uit te komen. 

De regering licht haar motivatie voor de invoering van het gebouwlabel als volgt toe: ‘Het voordeel is dat individuele motieven of belangen de broodnodige renovaties dan moeilijker kunnen belemmeren. Er moet verplicht collectief worden ingezet op een globale verbetering van het appartementsgebouw, los van de eventuele impact op het eigen EPC-label.’

EPC ook bij verlenging van huurcontract
De herziene EPBD-richtlijn voorziet expliciet dat er ook een EPC vereist is wanneer een bestaand huurcontract wordt verlengd. Deze verplichting wordt ook ingeschreven binnen het Energiedecreet.

Versterking van controle
Daarnaast moeten de controles op de kwaliteit van EPC's verder opgedreven worden. De herziene EPBD-richtlijn bepaalt hierover het volgende: ‘De lidstaten voorzien in een duidelijke definitie van de kwaliteitsdoelstellingen die het niveau van statistisch vertrouwen dat het kader voor energieprestatiecertificaten moet bereiken. Het onafhankelijke controlesysteem waarborgt dat ten minste 90 % van de afgegeven energieprestatiecertificaten geldig is met een statistische betrouwbaarheid van 95 % voor de beoordeelde periode, die niet langer is dan één jaar.’

Hoe de Vlaamse regering dat precies zal aanpakken, moet nog verder worden uitgewerkt. Er zullen sowieso extra maatregelen komen en de regering overweegt om de controlecapaciteit op te drijven door certificatie-instellingen in te schakelen.

EPB en EPC groeien naar elkaar toe
Tegen 2030 wil Vlaanderen ook EPB en EPC integreren tot één instrument voor de volledige levensduur van een woning.

Dat instrument moet onder meer toelaten om de energieprestatie van bestaande woningen en nieuwbouwwoningen in één oogopslag te vergelijken. Het wordt bovendien opgevat als een ‘levend’ label, dat aangepast kan worden wanneer een woning wordt gerenoveerd of wanneer nieuwe technieken worden geplaatst. 

Nog geen definitieve regelgeving
Belangrijk: het gaat voorlopig om een voorontwerp van decreet. De tekst moet eerst nog naar verschillende adviesorganen, waaronder de Raad van State, alvorens ze naar het Vlaams Parlement kan. Voor de verdere uitvoering zijn bovendien nog uitvoeringsbesluiten nodig.

Bron: cib.be