Eind vorig jaar gaven we je al mee dat er een massadecreet Energie op komst was. De tekst is ondertussen goedgekeurd door het Vlaams Parlement. Ze verscheen afgelopen woensdag in het Belgisch Staatsblad.
1 Wijzigingen toepassingsgebied renovatieplicht
Afgelopen jaren heeft de regering meermaals gesleuteld aan het toepassingsgebied van de renovatieplicht. Toch blijft de terminologie voor onduidelijkheid en verwarring zorgen.
De renovatieverplichting is van toepassing op alle ‘overdrachten in volle eigendom’, maar het is niet steeds duidelijk of een rechtshandeling onder die omschrijving valt.
Daarom werd er opnieuw aan de definitie gesleuteld: de renovatieplicht zal gelden bij ‘verkoop, ruil, en schenking of inbreng in een rechtspersoon’. Dankzij deze aanpassing is de verplichting niet langer van toepassing bij inbreng van een onroerend goed in de huwelijksgemeenschap. Daarnaast blijft de verplichting ook van toepassing bij het vestigen of overdragen van een recht van opstal of een erfpacht.
Bovendien voegt het decreet twee extra uitzonderingen in:
- Wanneer een deel van een residentieel gebouw wordt overgedragen tussen personen die een verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd, naar analogie met de bestaande regeling voor gehuwden. Voorwaarde is wel dat de persoon die een deel van de volle eigendom verwerft daar zijn hoofdverblijfplaats heeft en behoudt.
- Wanneer een gebouw het voorwerp is van een onteigening.
Let op! Deze wijzigingen treden pas in werking op een latere datum. De Vlaamse regering zal in een uitvoeringsbesluit aangeven wanneer.
2 Meldingsplicht verwarmingsinstallaties op stookolie en propaan
De klemtoon binnen het energiebeleid is aan het verschuiven, onder invloed van Europese regelgeving (de gewijzigde EPBD-richtlijn). Daar waar vroeger de focus lag op een reductie van het energieverbruik evolueert die nu naar fossielvrije energieopwekking.
Het kernwoord voor de komende jaren is dan ook defossilisering: het uitfaseren van installaties op fossiele brandstoffen. De meest vervuilende zijn de installaties op stookolie of propaan.
Op dit moment heeft de Vlaamse overheid geen zicht op waar er zich stookolie- en propaangastanks bevinden. VEKA weet niet in welke woningen of gebouwen er met die brandstoffen wordt verwarmd. Hoewel stookolietanks verplicht gekeurd moeten worden, houdt het departement Omgeving geen centraal register bij.
Dat wil men veranderen. Een beleid om stookolie en propaan uit te faseren kan immers maar slagen als de overheid weet waar er gehandhaafd moet worden.
Daarom wordt via het Verzameldecreet een meldingsplicht ingevoerd. Brandstofleveranciers zullen minstens jaarlijks aan het VEKA moeten melden op welke locaties er stookolie of propaan werd geleverd. Op die manier heeft de overheid het landschap goed in kaart met het oog op de voorbereiding van maatregelen rond het uitfaseren van stookolie en propaan in de nabije toekomst.
Ook hier geldt dat de Vlaamse Regering nog moet bepalen wanneer de meldingsplicht concreet van kracht wordt.
3 Indieningstermijn EPB-aangifte
In het regeerakkoord is vooropgesteld dat de termijn voor het voldoen aan de renovatieplicht wordt verlengd van 5 naar 6 jaar. Die verlenging is ondertussen ook verankerd in het Energiebesluit (BVR van 12 december 2026 – BS 29 12 2025).
In sommige gevallen wordt aan de renovatieplicht voldaan door middel van een IER (ingrijpende energetische renovatie). Het betreft renovaties waarbij minstens 75% van de schil wordt aangepakt. Dergelijke renovaties vallen onder de EPB-eisen en vereisen een EPB-aangifte. Bijgevolg moet de regering ook de termijn voor het indienen van een EPB-aangifte verlengen, van 5 naar 6 jaar.
Het verzameldecreet zorgt daarvoor: alle EPB-aangiftetermijnen worden op 6 jaar gelegd. Dus ook bij nieuwbouw. Dit om de uniformiteit in de termijnen te behouden.
De verlenging van de aangiftetermijn is op 1 maart 2026 van kracht geworden.
4 Gebouwlabeling op patrimoniumniveau
VEKA heeft de voorbije jaren de feedback gekregen van actoren met een groot patrimonium dat het niet altijd mogelijk is om voor elk gebouw in de portefeuille het vereiste label te halen. Deze actoren vragen om flexibiliteit, door voor sommige gebouwen beter te doen en zo mindere prestaties van andere gebouwen te compenseren. Het gaat onder meer om steden en gemeenten, provincies, OCMW’s, retail, scholen, …
Via het verzameldecreet wil VEKA daarom de mogelijkheid bieden om te voldoen aan het minimumlabel op patrimoniumniveau in plaats van op gebouwniveau. Dit laat organisaties met een groot patrimonium toe om ‘een optimale vastgoedstrategie’ uit te werken. Daarmee wil de overheid iets meer flexibiliteit toelaten.
Naar analogie met de algemene labelplicht voor niet-residentiële gebouwen wordt het label op patrimoniumniveau ook doorgetrokken naar de renovatieplicht, waar eveneens een minimaal label moet aangetoond worden.
Deze mogelijkheid vergt echter nog uitvoeringsbesluiten. De concrete datum van inwerkingtreding is dan ook nog niet bekend.
5 Foutief EPC
Vandaag moeten fouten die VEKA in een EPC vaststelt, worden rechtgezet door de energiedeskundige die het oorspronkelijke EPC heeft opgesteld. Die moet de eigenaar een aangepast EPC bezorgen. Het vertrouwen van eigenaars en betrokken professionals (zoals vastgoedmakelaars en syndici) in de energiedeskundige is dan vaak geschaad, waardoor zij liever meteen een andere deskundige inschakelen. In dat geval is het weinig zinvol dat de oorspronkelijke deskundige nog aanpassingen zou uitvoeren. Bovendien kunnen de fouten soms dermate verregaand zijn dat de erkenning van de deskundige wordt geschorst, waardoor die het EPC niet meer kan updaten. Via het verzameldecreet wordt bepaald dat VEKA in dergelijke gevallen kan afwijken van de verplichting voor de energiedeskundige om het EPC nog aan te passen. Bovendien krijgt VEKA de mogelijkheid om zelf bij de controle het EPC te herwerken en de nieuwe versie aan de eigenaar te bezorgen.
Het verzameldecreet biedt daarnaast aan VEKA de mogelijkheid om administratieve boetes op te leggen voor kleinere fouten van energiedeskundigen. Het gaat om boetes tussen € 500 en € 5.000. Vandaag kan VEKA enkel een schorsing opleggen. Voor sommige kleinere inbreuken wordt die straf als buitenproportioneel aanzien en is er daardoor vandaag geen sanctie. Daar wordt nu dus aan gesleuteld.
Deze wijzigingen worden van kracht op 21 maart 2026.
Bron: cib.be